Exodus 19:3-8


Tekst     :  Exodus 19: 3-8 (extra lezen Jeremia 31:31-34; 1 Petrus 2:1,10)
Thema   :  Een koninkrijk van priesters


Inleiding

Vandaag denken we na over het verbond dat God sloot met Israël. Exodus 19:3-8 vormt eigenlijk de inleiding op de verbondssluiting. In hoofdstuk 24 vindt de eigenlijke verbondssluiting plaats. Maar Exodus 19:3-8 geeft eigenlijk in een notendop weer waar het bij het verbond ten diepste om gaat.

De basis van het verbond

Het eerste dat Mozes moet zeggen is wat de basis vormt voor het verbond dat God met de Israëlieten gaat sluiten.
Jullie hebben gezien zegt God dat hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte. Het thema van de vorige preek was: hoe overleef ik Egypte. We hebben toen gezien hoe Israël leed onder de slavernij in Egypte. Maar ook dat God Israël niet was vergeten en dat Hij hun geroep hoorde en hoe God zelf neerdaalde om Israël te verlossen. Dat was helemaal Gods initiatief, Gods werk, de tien plagen, de doortocht door de rietzee.

En dat Ik jullie op arendsvleugelen heb gedragen. Ook weleen adelaar genoemd, een grote roofvogel met een spanwijdte van soms wel 2,5 meter. Een adelaar broedt altijd de jongen uit een nest dat heel in de bergen hoog ligt. Op een gegeven moment als de jongen een bepaalde leeftijd hebben worden ze door de moeder uit het nest gegooid om te leren vliegen. En als het jong dan neer dreigt te storten vliegt de moeder adelaar onder het jong en vangt het op met die grote vleugels.
Zo heb ik jullie gedragen zegt God tegen Israël. Zo heb ik voor jullie gezorgd. In Deuteronomium 32 zingt Mozes een lied over Gods zorg voor Israël:

“Hij omringde het met zorg en met liefde, koesterde het als zijn oogappel. Zoals een arend over zijn jongen waakt en voortdurend erboven blijft zweven, zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt, zo heeft de HEER zijn volk geleid.”

Ik heb drie woorden onderstreept: zorg, liefde en oogappel. Zo gaat God om met zijn volk. Die liefde wordt nog eens extra onderstreept door die laatste woorden: “en Ik heb jullie tot Mij gebracht”. Dat drukt een relatie uit en liefde. Zoals een vader een kind naar zich toetrekt en het op schoot neemt of een vriend een arm om je heen slaat. Zo heeft God Israël naar zich toegetrokken.

Ook de profeet Hosea schrijft over Gods bijzondere zorg voor Israël bij de verlossing uit Egypte en de reis door de woestijn: “Ik nam hen op mijn armen, maar zij erkenden niet, dat Ik hen genas. Met mensenbanden trok ik hen, met koorden der liefde”.

Het is Gods onvoorwaardelijke liefde en trouw die de basis vormen van het verbond. Dat geldt voor het verbond dat Hij met Israël sloot. Meer dat geldt nog in meerdere mate voor het nieuwe verbond dat in Christus gekomen is. Dat God de God van het verbond is wil bovenal zeggen dat Hij trouw is en ons liefheeft.

De inhoud van het verbond

In vers 5 en 6 maakt God aan Israël duidelijk wat de inhoud van het verbond is.God begint met een voorwaarde. Ik kom daar straks op terug. Maar eerst ga ik naar die vier zinnen die het hart vormen van het gedeelte dat we overdenken en ook het hart van het verbond.

zullen jullie mijn kostbaarste bezit zijn,
    onder alle volken
    zeker de hele aarde behoort Mij toe.
maar jullie zullen voor Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.
(*)

Ik heb die vier zinnen met opzet zo weergegeven. Want de eerste en de laatste zin horen bij elkaar en de twee middelste twee zinnen horen bij elkaar.

Gods kroonjuwelen

Jullie zijn mijn kostbaarste bezit zegt God tegen Israël. Het woord dat hier wordt gebruikt is afkomstig van kringen rondom een koning in de oudheid. Oosterse koningen bezaten kostbaarheden, zoals gouden en zilveren voorwerpen, en kroonjuwelen. Die kostbaarheden werden in een speciale doos bewaard. Het woord dat hier met "kostbaarste bezit" is vertaald, werd gebruikt voor die speciale doos.

In het parlementsgebouw van Boedapest worden in de centrale koepel de kroonjuwelen van Hongarije getoond. Daaronder de met diamanten versierde kroon van de eerste koning van Hongarije, rond het jaar 1000. De kroonjuwelen zijn voor het publiek ten toon gesteld. Er zijn echter extreem hoge veiligheids maatregelen genomen om de kroonjuwelen te bewaken. Er staan soldaten omheen en er is een installatie die met laserstralen signaleert wanneer iemand te dicht in de buurt komt.

Zo kostbaar is Israël voor God. Zo kostbaar is de gemeente van Christus. 1 Petrus 1:9 zegt: “Gij echter zijt een uitverkoren geslacht”. U bent het meest kostbare dat God heeft. Wij zijn Gods kroonjuwelen. Zoals in het parlementsgebouw van Boedapest alle mogelijke maatregelen zijn genomen om de kroonjuwelen te beschermen zo zuinig is God op zijn kroonjuwelen.

Heilig priesterschap

Dat Israël Gods meest kostbare bezit is blijkt hieruit dat Israël is door God uitverkoren uit alle volken om een koninkrijk van priesters te zijn en een heilige natie. Je kunt ook zeggen: een priesterstaat en een heilige natie. Israël neemt een hele bijzondere positie in als priesternatie onder de volken.

Zoals de priesters binnen Israël zich onderscheiden van de rest van het volk doordat zij rechtstreeks contact hadden met God, zo onderscheidt Israël zich van de andere volken omdat Israël in een directe relatie staat met God.
Zoals de priesters binnen Israël een afgezonderde groep was met eigen normen en een eigen roeping, zo is Israël een heilige natie, een volk met eigen normen en een eigen roeping, te midden van de andere volken.
Zoals de priesters de taak hadden om het volk Israël te zegenen zo zullen door Israël als priesternatie alle volken van de aarde gezegend worden. Zoals God al tegen Abraham had gezegd.

En dat geldt ook voor ons zegt Petrus  wij als gemeente van Christus. Wij zijn een heilig priesterschap.
Wij hebben toegang tot de troon van Gods genade, wij kunnen bidden voor mensen. In die zin staan wij evenals de priesters, evenals Israël dichter bij God. Niet als een middelaar maar wel bemiddelend door het gebed.
Zoals de priester het volk onderricht gaven aan het volk over de wet van God. Zo heeft Jezus ook ons opgedragen: maakt alle volken tot discipelen en leert hen onderhouden wat al wat ik u bevolen heb. Wij zijn geroepen om de grote daden van God te verkondigen

Dan laten wij ons gebruiken als levende stenen voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus” 1 Petr 2:5.

Wij hebben een roeping voor de wereld. Om priesters te zijn, om te bidden voor de wereld en om de grote daden van God te verkondigen.

Het verbond naleven

Maar aan die roeping kunnen wij alleen voldoen als we leven volgens de normen van God. Dat is de betekenis van die eerste in vers 5: “als jullie Mij gehoorzamen en mijn verbond naleven, dan”. Als Israël zich niet aan de wetten van God houdt dat wordt zij gelijk aan alle andere volken en kunnen ze niet aan hun roeping voldoen.

Pas dan is Israël een priesternatie wanneer het gehoorzaam is aan God en zijn verbond naleeft. Lev 20:26 Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren.

Dus hier is geen sprake van een voorwaardelijk evangelie. De voorwaarde heeft niet met ons behoud te maken. De voorwaarde wordt ook pas genoemd nadat God duidelijk heeft gemaakt dat enkel en alleen zijn trouw en liefde de basis van het verbond vormen.

Maar de voorwaarde heeft te maken met onze roeping. En onze roeping hangt blijkbaar heel nauw samen met onze levensstijl, onze heiliging.

Een nieuw verbond

Wat gebeurt er nu als Israël het verbond niet naleeft. Uit de geschiedenissen van het Oude Testament weten we dat Israël gefaald heeft. Wat doet God dan? Israël werd gestraft, de tempel wordt verwoest, de heerlijkheid van God trekt zich terug, Israël gaat in ballingschap. Maar is Israël daarmee niet meer Gods volk? Is het plan van God met Israël daarmee over? Is Gods verbond met Israël dan voorbij?

Nee, God laat Israël niet vallen. Want Hij blijft trouw. Trouw aan zichzelf, trouw aan zijn beloften, trouw aan zijn volk Israël. Dan komen bij die prachtige woorden uit Jeremia 31:31-34. Overigens leefde Jeremia juist op het moment dat het oordeel over Israël komt, Jeruzalem is gevallen, de laatste twee stammen zijn in ballingschap. Dit is het absolute dieptepunt in de geschiedenis van Israël.

Dat nieuwe verbond is gekomen in Jezus Christus. Hij is de middelaar van een nieuw verbond. Bij het avondmaal zegt Jezus: dit is het bloed van mijn verbond dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. De Hebreeënbrief zegt dat het nieuwe verbond niet meer gebroken kan worden omdat het een eeuwig verbond is en omdat de hogepriester niet meer zondig mens is maar Jezus is de hogepriester van het nieuwe verbond.

Een eenparig antwoord

We keren nog een keer naar de tekst van Exodus 19. Het verbond gaat uit van God. Hij neemt het initiatief, zijn liefde en trouw vormen de basis, Hij stelt de voorwaarden. God en Israël zijn geen gelijkwaardige partners.

Toch wordt Israël het verbond niet opgedrongen. Mozes krijgt in vers 7 en 8 de opdracht om de woorden van God voor te leggen aan het volk en als het ware te vragen of zij er mee instemmen. Dan dat prachtige antwoord. Een eenparig antwoord: “Alles wat de HEER gesproken heeft, zullen wij doen.”

Ja we weten wel dat het een veel te overmoedig antwoord was. Ze hebben het bij lange na niet waar kunnen maken.

En toch vraagt God een antwoord, ook van ons, een belijdenis van ons geloof. Ook wij weten dat we het niet waar kunnen maken. En toch mogen we antwoord geven. Omdat wij weten dat we zijn opgenomen in zijn verbond en daarmee zijn opgenomen in zijn liefde en zijn eeuwige trouw. Dat Hij ons draagt op vleugels zoals een adelaar, dat Hij ons in zijn armen neemt, dat Hij ons tot zich trekt met koorden van liefde.

Durft u op grond van dit alles ja tegen God te zeggen? Om zijn kostbaarste bezit te zijn, om zijn kroonjuweel te zijn, om een koninkrijk van priesters te zijn.

 


(*) Deze vertaling is gebaseerd op een voorstel van de Studiebijbel (SBOT deel 1, blz 735).